Stichting Papiergeschiedenis Renkum-Heelsum

Logo Stichting Papiergeschiedenis Renkum-Heelsum

Principes

 


    Grondstoffen
    Stofvoorbereiding
    Zeefpartij
    Perspartij
    Droogpartij
    Oproller
    Kalander
    Snijmachine  

Model van een eenvoudige handmatige pers

 

Model van een eenvoudige handmatige pers

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Model van een eenvoudige enkele pers

 

Model van een eenvoudige enkele pers

 


Persen van het papier

Na het vormen van het papierblad op een zeef of in een zeefpartij, bevat het papier nog ongeveer 80 % water. Om het sneller droog te krijgen wordt het papier tussen vilten uitgeperst. Eerst gebeurde dit allemaal handmatig met een pers, later machinaal.

Handmatig persen

Het papier dat op de zeef is gevormd, wordt gekoetst; afnemen van het papier van de zeef op een vilt. De term koetsen komt van het Franse woord "coucher" en komt terug in de naam koetswals en in het Engels als "couch roll". Het vilt werd van wol gemaakt. Door de wol te vervilten konden er lappen vilt worden gemaakt. Wol was geschikt doordat het als vilt veel water kon opnemen en het weinig markering op het papier achterliet en niet hecht aan het papier.

Het papier wordt opgestapeld, telkens afwisselend: vilt, papier, vilt, papier enz. Door de stapel onder een pers te leggen en er druk op uit te oefenen kon er water uit het papier worden geperst. Zo werd het papier droger en steviger, waarna het sneller en makkelijker kon worden gedroogd.

Maken van papier: v.r.n.l. lompen (chiffons), scheppen, koetsen en persen op de achtergrond

 

Maken van papier: v.r.n.l. lompen (chiffons), scheppen, koetsen en persen op de achtergrond

Enkele pers

Met uitvinding van de langzeefmachine en de verdere ontwikkeling daarvan werden er ook persen, die uit twee op elkaar drukkende walsen of rollen bestaan, onderdeel van de papiermachine. Van "handmatig verwerken" werd persen een continu proces.

Gecombineerde pers

Door de ontwikkeling van steeds grotere en snellere papiermachines, werd de noodzaak om het papier droger te krijgen groter. Achter de perspartij werd een droogpartij geplaatst die het papier op verwarmde cilinders droogt. Dit is een kostbare methode; hoe droger het papier de droogpartij in gaat, des te lager zijn de energiekosten.

Door bijvoorbeeld drie walsen op elkaar te drukken kunnen twee persen  - persnippen - worden gemaakt. Hetzelfde aantal persnippen in een enkele pers zou vier walsen vergen. Door meerdere walsen in een pakket op te stellen kan met een snellopende machine een hoger droge stofgehalte worden bereikt. Een opstelling van vier walsen - 3 persnippen - wordt regelmatig gebruikt. Moderne machines hebben zelfs een separate 4e-pers.

De wollen vilten maakten plaats voor vilten die van van kunststofvezels zijn gemaakt. Door vilten te maken met meerder lagen en door het gebruik van verschillende soorten vezels kunnen de gewenste eigenschappen aan een vilt worden gegeven. Elke pers in de perspartij vereist tegenwoordig een speciaal ontworpen vilt om optimaal te ontwateren.

Perspartij (midden) met een gecombineerde pers die bestaat uit vier walsen die drie nippen vormen en overgaat in de droogpartij (rechts)

Perspartij (midden) met een gecombineerde pers die bestaat uit vier walsen die drie nippen vormen en overgaat in de droogpartij (rechts)

Schoenpers - Extended nip press

Een nieuwe ontwikkeling in de perspartij is het gebruik van persen met een brede nip. Deze persen worden extended nip - verbrede nip -  of in het Nederlands ook wel schoenpers genoemd. Deze persen werden ontwikkeld om meer water uit het papier in de perspartij te kunnen verwijderen en zo de kosten van het drogen van het papier in de droogpartij te verlagen. Eerst werden dit soort persen gebruikt in de kartonindustrie, maar tegenwoordig worden ze ook zeer in snel lopende machines voor de fabricage van lichtere papiersoorten gebruikt.

De pers bestaat in onderstaand voorbeeld uit een CC-wals die als bovenwals fungeert De CC-wals is een wals met een stalen mantel die als het ware op zuigers, waaruit olie stroomt, drijft. De as van de wals staat stil en de mantel draait. Door de zuigers in groepen te combineren kan de plaatselijke persdruk worden geregeld door de oliedruk te regelen.

De bovenwals drukt op een schoen. De schoen is een oppervalk dat de kromming van de bovenwals volgt. Hoe breder de schoen, des te langer is de nip. Over de schoen draait een kunststof band die met olie gesmeerd over de schoen loopt. De schoen wordt met oliedruk tegen de bovenwals gedrukt.

Zowel de bovenwals als de onderwals worden voorzien van een persvilt waartussen het papier wordt uitgeperst. De vilten nemen het water op uit het papier en transporteren het uit de nip. De volgorde van de gebruikte elementen, van boven naar beneden, is: mantel bovenwals, vilt, papier, vilt, band onderwals, schoen.

Doorsnede van een schoenpers

 

Doorsnede van een schoenpers


Hosted by: Webstream

Stichting Papiergeschiedenis Renkum Heelsum, p/a Norske Skog Parenco BV, Veerweg 1, 6871 AV Renkum