Stichting Papiergeschiedenis Renkum-Heelsum

Logo Stichting Papiergeschiedenis Renkum-Heelsum

Portretten

 


    Grondstoffen
    Stofvoorbereiding
    Zeefpartij
    Perspartij
    Droogpartij
    Oproller
    Kalander
    Snijmachine  

Handmatig papier maken

 

Handmatig papier maken, van onder naar boven:
papier scheppen,
persen,
drogen


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

John Dickinson, 1782-1869

 

John Dickinson

1782-1869

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Nicolas-Louis Robert, 1764-1828

 

Nicolas-Louis Robert
1761-1828

 


 

Bryan Donkin, 1768-1855

 

Bryan Donkin

1768-1855 

 


 

Vormen van het papier

Schepramen

De meest oude methode voor het vormen van een papierblad is het gebruik van een schepraam. Een schepraam is een raamwerk waarin en fijn gaas of doek als zeef is gespannen. Door de opstaande rand van het raamwerk kan er pulp op de zeef blijven staan. Het papier wordt gemaakt door het schepraam onder te dompelen in een dun waterige pulp. Het schepraam wordt boven het water getild en het water valt door de zeef heen en het papier wordt gevormd.

Rechts papierscheppen met een raam, op de voorgrond links persen en linksachter drogen van papier

 

Rechts papierscheppen met een raam, op de voorgrond links persen van het papier

Papier van voor het  jaar 1793; duidelijk herkenbaar is het patroon van de zeef te zien

 

Papier van voor het  jaar 1793; duidelijk herkenbaar is het patroon van de zeef te zien

Rondzeefmachines

Na het gebruik van het schepraam voor de bladvorming kwam de eerste mechanisatie voor de productie van papier. In 1809 ontwikkelde de Engelsman John Dickinson de rondzeefmachine.  John Dickinson is de oprichter van de Apsley Mills en Nash Mills - twee papierfabrieken - die hij in 1810 kocht.

Deel van de Nash Mills

 

Deel van de Nash Mills aan de rechterzijde

Bij een rondzeefmachine draait een met zeef bespannen trommel in een kuip met daarin een dunne waterige pulp. Doordat de trommel in het water drukt, gaat er water door de zeef naar de binnenkant van de trommel en vormt zich een blad papier op de zeef. Het water wordt uit de trommel verwijderd. De trommel draait boven het wateroppervlak uit en het papier ontwaterd verder. Daarna wordt het papier tegen een vilt aangedrukt om later te worden uitgeperst. Dit afnemen van het papierblad op een vilt wordt koetsen genoemd.

Model van de rondzeefmachine van John Dickinson

Model van de rondzeefmachine van John Dickinson

Tegenwoordig wordt de rondzeefmachine nog gebruikt voor de fabricage van karton. Er worden met meerdere rondzeven telkens een dunne laag karton tegen een andere laag karton gelegd. Door de natuurlijke ontwatering met zwaartekracht en drukverschil is de ontwatering van de pulp traag. Dit soort machines hebben dan ook een lage snelheid.

Eenvoudig type rondzeef: pulp stroomt tegen de draairichting van de zeef in de stofkuip

  1. Turbulente stroming

  2. Grenslaagstroming met hoge snelheid

  3. Praktisch stilstaande, ingedikte pulp

Eenvoudig type rondzeef: pulp stroomt tegen de draairichting van de zeef in de stofkuip

Langzeefmachines

De Fransman Nicolas-Louis Robert (1761-1828) vond in 1799 de zogenaamde langzeefmachine uit. Hij werkte als klerk in de Didot papierfabriek te Essones in Frankrijk. Het oneindige zeef waarop het papier wordt gevormd, is niet op een trommel gespannen, maar is langer en loopt over twee met de hand aangedreven walsen. De zeef is boven een kuip opgesteld waarin de pulp zich bevindt. De pulp wordt vanuit een kuip met een schoepenrad omhoog gebracht en op een hellend vlak uitgegoten op de zeef. Het water valt door de zeef en er wordt een papierblad gevormd. Aan het einde van de zeef wordt het papier tussen twee perswalsen uitgeperst om meer water uit het papier te krijgen. Het papier wordt daarna, nog steeds nat, opgewikkeld om later geheel met de hand te worden verwerkt; drogen, lijmen - methode om de beschrijfbaarheid te verbeteren - en snijden.

De eerste papiermachine van Nicolas-Louis Robert

De eerste papiermachine van Nicolas-Louis Robert

De Engelse broers Henry and Sealy Foudrinier verkregen de rechten van deze machine. Fourdrinier ontwikkelde, samen met de machinefabriek Hall in Kent en de daar werkzame Bryan Donkin (1768-1855), de machine verder.

Door de hoge kosten voor de ontwikkeling van de machine gaan de gebroeders Fourdrinier reeds in 1808 failliet. Donkin ging echter verder en bleef jarenlang de enige bouwer van papiermachines. Dit had tot gevolg dat Donkin tussen 1803 en 1853 reeds 191 machines kon afleveren. De eerste machines werden in Duitsland in 1819 gebouwd, in Amerika in 1826 en in Rusland in 1835.

Ondertussen waren er zowel door Donkin als door anderen vele verbeteringen aangebracht, waardoor de eerste eenvoudige opzet van Robert steeds meer het karakter van de huidige langzeefmachine aannam. Zo kwamen achtereenvolgens tot stand:

  1. Koetswals: wals om makkelijker het  papier van de langzeef af te nemen
  2. Tweede natpers: uitbreiding van de perspartij om het papier droger te maken
  3. Droogcilinder: drogen van het uitgeperste papier
  4. Egoutteurwalsen: walsen om de bladformatie op het zeef te verbeteren
  5. Registerwalsen: walsjes onder de zeef om de ontwatering en de bladformatie te verbeteren.

Ver ontwikkelde langzeefmachine uit 1820 met oploop, zeefpartij, perspartij, droogpartij en oproller

 

Ver ontwikkelde langzeefmachine uit 1820 met oploop, zeefpartij, perspartij, droogpartij en oproller

In de loop der jaren nam ook de breedte en de snelheid van de machines toe. Tot het jaar 1850 was de breedte van een papiermachine tussen 0,8 en 1,5 m.  De snelheden van de papiermachines lag tussen de 5 en 30 m/min. Rond 1900 bedroeg de breedte voor een krantenpapiermachine in Europa 2,60 m. In dezelfde tijd werden in Amerika met bredere machines reeds snelheden van 150 m/min bereikt. De verdere ontwikkeling vindt vanaf 1900 voornamelijk plaats in Amerika, Engeland en Duitsland, waarbij vooral Amerika door zijn gunstigere economische verhoudingen steeds een toonaangevende rol heeft gespeeld. Op deze wijze is de vinding van Robert uitgegroeid tot de huidige moderne langzeefmachine. Vaak wordt echter het type papiermachine aangeduid als een foudrinier.

Met dit soort machines wordt in de jaren 1970 bij snelheden van 1100 m/min reeds papierbanen met een breedte van 10,5 m geproduceerd. De maximale snelheid van een moderne langzeefmachine ligt op 1400 m/min. De manier van ontwateren en de bladvorming worden dan de beperkende factor. De zeefpartij is verder ontwikkeld uit de langzeefmachine en worden nu vaak speedformers genoemd. De snelheden zijn nu 1700 tot 1800 m/min bij een breedte van bijna 12 meter en een lengte van meer dan 100 meter. De pulp wordt niet op een lang zeef gespoten, maar tussen twee kortere zeven in gespoten en met zuigkasten en walsen zeer snel ontwaterd.

Een langzeefmachine met een breedte van ca. 2,5 m

 

Een langzeefmachine met een breedte van ca. 2,5 m

Een moderne speedformer met een breedte van ca. 10 meter

 

Een moderne speedformer met een breedte van ca. 10 meter


Hosted by: Webstream

Stichting Papiergeschiedenis Renkum Heelsum, p/a Norske Skog Parenco BV, Veerweg 1, 6871 AV Renkum