Grondstoffen Van Gelder fabrieken

/Grondstoffen Van Gelder fabrieken
Grondstoffen Van Gelder fabrieken2017-12-07T21:52:19+00:00

De foto’s en een groot deel van de teksten zijn overgenomen uit een gedenkboek dat is samengesteld in opdracht van de Directie der Verenigde Koninklijke Papierfabrieken Van Gelder Zonen, ter herdenking van het feit, dat in 1748 de naam Van Gelder zijn intrede deed in de Nederlandse papierindustrie; 150 jaar Van Gelder Zonen. Het gedenkboek is uitgegeven in het jaar 1934. Het Nederlands is aangepast aan deze tijd. De teksten zijn herschreven om de aan te laten sluiten bij de afzonderlijke foto’s.

Het rondhout dat reeds van de bast (schors) is ontdaan wordt per schip aangevoerd naar de vestiging in Velsen. Met elektrische kranen worden de stammetjes van boord gehesen en op karretjes gestapeld.

De stammetjes werden één voor één met de hand van de karretjes gehaald en opgestapeld. In deze tijd was de mechanisatie nog niet ver doorgevoerd en was mankracht kennelijk nog niet duur aangezien er per karretje 4 mensen nodig zijn.

In nevenstaande You tube video kun je nog eens zien hoe vroeger in Velsen het hout per schip aankwam en gelost werd per kraan. Ook het vervoer per trein en het stapelen van de houtstammen is goed weergegeven.

De video eindigt met een kijkje in het ketelhuis van voorheen

De stammetjes worden in magazijnen gestapeld en met hydraulische druk door een stempel op een ronddraaiende slijpsteen gedrukt. Het hout wordt vervezeld tot zogenaamde houtslijp, dat als grondstof voor de papiermachine dient. Op de foto staat een vierkastenslijper van de firma Miag, de zogenaamde Miag-slijper. Door het gewicht van de slijpsteen en de druk die erop wordt uitgeoefend door de houtstammetjes, is de slijper zwaar geconstrueerd.

Op de foto zijn twee Miag-slijpers te zien die door één elektromotor worden aangedreven die tussen de slijpers staat opgesteld. Dit wordt gedaan om ruimte te besparen. Deze opstelling wordt een “tweelingslijper” genoemd. De capaciteit van een houtslijper is ca. 13-15 ton houtslijp per dag. Het motorvermogen per slijper is ca. 1.200-2.300 kW oftewel 1,2-2,3 MW. Dit vermogen is nodig omdat de stammetjes met een druk van 25.000-30.000 kg/m2 op de slijpsteen worden gedrukt.

De grondstof voor het maken van cellulose is hout in de vorm van houtchips; blokjes hout van ca. 2-3-3 cm. Op de foto liggen de houtchips in bakken opgeslagen.

De chemicaliën om cellulose te maken in het zogenaamde sulfietprocédé worden ook op het terrein te Velsen gemaakt in de “hoogen toren”. Daarin wordt het uit pyriet gebrande zwaveldioxide (SO2) met een water over kalksteen geleid waarbij een loog ontstaat dat onderuit de eerste toren naar de tweede toren gaat.  In de tweede toren wordt dan een sterker loog gemaakt en in de derde toren een nog sterker loog.

Met karen, die ongeveer driehonderd kubieke meter bevatten, worden de houtchips in de kookketels gestort. Het sterke loog gaat naar de kookketels en onder een temperatuur van 140 °C en een druk van vier atmosfeer, die onder het koken tot acht atmosfeer oploopt, wordt het hout gekookt. Veertien a twintig uur duurt het voordat een ketel de inhoud van een kar heeft verwerkt en het hout uitgeloogd is tot zuivere celstof (cellulose).

Na het koken in de kookketels wordt de cellulose gewassen en gebleekt. De cellulose wordt daarna ontwaterd, gedroogd en tot rollen gewikkeld. Deze rollen worden in een later stadium weer tot pulp gemaakt voor de productie van papier.

Om van droge cellulose, houtstof, lompenstof of het ‘oud papier’ de eigenlijke papierpulp te bereiden, moeten de grondstoffen eerst worden fijngewreven in de “kollergangen”. Dit zijn grote ijzeren kommen, waarin basalten maalstenen ronddraaien over de pulp als een soort tredmolen om de pulp geschikt te maken voor de papiermachine.

De cellulosepulp is niet gelijk geschikt om papier van te maken. De cellulosevezels zijn als het ware kaal en hebben geen onderlinge hechtingsmogelijkheden om een papierblad te vormen. In zogenaamde Hollanders worden de cellulosevezels gemalen waarbij fibrillen (weerhaakjes) ontstaan die gunstig zijn voor de bladvorming op de papiermachine. Een Hollander kan maar weinig energie overbrengen op de vezel en daarom is het malen met een een Hollander een langdurig proces.

Bron: 150 jaar Van Gelder en Zonen door Dr. Jane de Iongh