De Veentjes

/De Veentjes
De Veentjes 2018-01-10T22:11:52+00:00

1693

Karst Janssen (van de Kamp) heeft volgens de straks te noemen akte van 1757 deze papiermolen getimmerd, die in het protocol van Doorwerth (1) omschreven wordt als ‘de papiermole ten zuydwesten van de koornmole, ten zuyden van de beek, even boven de Veentjes of Schaapsbrugge’. Een jaartal wordt niet vermeld; de molen zal gelijktijdig of met de molen op de Kamp in1693, of kort daarna zijn gebouwd, want van 1695 tot 1698 was Karst immers pachter van de molen aan de Dorenweerdseweg in Oosterbeek. Hij verwierf van Klaas Janssen ook de molen op de Kamp. In 1709 werd hij papiermaker in Arnhem en de beide Heelsumse molens werden in 1710 verkocht aan Jan Daniels Schut. Papiermolen De Kamp stond aan de Wolfhezerbeek en de papiermolen de Veentjes stond aan de Heelsumsebeek

1716

Toen Jan Daniels Schut omstreeks 1716 overleed, erfden zijn drie kinderen de molens. Het was al bekend dat zijn schoonzoon Jan Claassen Wegenaar zich met de twee Heelsumse molens occupeerde, maar de molen op de Kamp in de jaren 1726 – 1734 afstootte. In 1731 bezaten Wegenaar en zijn vrouw Jenneke Schut 4/6 deel, zijn zwager en schoonzuster Daniel en Gijsbertje Schut elk 1/6 deel van de molen in de Veentjes. Jenneke Schut is in maart 1740 overleden. Jan Wegenaar is niet hertrouwd en overleed te Heelsum in mei 1755. Zijn kinderen de zoons Jan en Gerrit en de dochters Aatje en Johanna gehuwd met respectievelijk Johannes Daniel Boekelman en Johannes Ellias Boekelman – kochten in Juni en September 1757 de 2/6 parten van de overige eigenaars en verkochten daarna in oktober1757 de gehele molen aan mr. Engelbert van Eck die ook de molen op de Kamp in eigendom had.-

1757

De molen werd nu verpacht; de eerste ons bekende pachter- maar hij kan nog een voorganger hebben gehad- was Reynder Pouwels Schut, in december 1727 geboren te Oosterbeek geboren als zoon van Paul Schut papiermaker op de Elshegge in Oosterbeek en Lijsbeth Lubbers; de ouders hebben zich in 1745 gevestigd op de Eerste Kwadenoordse molen. Reynder trouwde in mei 1762 te Heelsum met Henrikje Alberts.
Mr. Engelbert van Eck heeft op 30 September 1772 de molen voor 3000 gulden aan Reynder Pouwels Schut verkocht.(3) Een gedeelte van deze zeer hoge koopsom, 1800 gulden, bleef Schut aan Mr. Van Eck schuldig onder hypothecair verband van zijn molen, tegen een rente van 3,5%. Deze lening is in 1786 terug betaald, maar er werd direct een nieuwe hypothecaire lening afgesloten, ditmaal 2000 gulden. Deze lening werd verstrekt door Willem Adriaan van Enschut en zijn vrouw Helena Beumer. Schut moest ditmaal borgen stellen, en daarvoor bleken Marten Schut en zijn vrouw bereid. Aflossing en rentebetaling stagneerde kennelijk, want in 1791 werd deze lening vervangen door een lening met de molen als onderpand van 2500 gulden en 860 gulden, verstrekt door respectievelijk Maarten Schut en Jan ter Hoeven. Een lening van 500 gulden, door de vrouwe van Doorwerth aan Schuts minderjarige zoon Paul in1784, stond ook nog steeds als onvoldaan te boek. Het is duidelijk dat Reynder Pouwels Schut finacieel aan de grond zat. Toen in 1792 zijn vrouw overleed, werd door de kinderen de erfenis niet aanvaard.

1792

Reynder Pouwels Schut heeft op 24 mei 1792 de molen voor 3900 gulden verkocht aan Paul Schut, die hiervoor 1000 gulden leende van de koopman Dirk Lenting, een lening die in 1800 is afgelost. Deze Paul Schut was niet Reynders zoon, maar de zoon van Marten Pouwels Schut, broer van Reynder en van Geertruy van den Wiltenburg, gedoopt te Heelsum 223 maart 1760. In September 1793 is Paul (Pauwel) te Heelsum getrouwd met Annigje van Ronselen, in Utrecht geboren en te Renkum wonende. Ze is in April 1795, waarschijnlijk in het kraambed, overleden In oktober 1797 hertrouwde Paul met Wilhemina Labots, in Velp geboren en in Arnhem wonende. Ze was in september 1767 geborendochter van Jacob Labots, eigenaar van een door paarden gedreven grutmolen in Velp en van Wilmke Wilbrink. Samen kregen ze 9 kinderen waarvan 3 met de naam Pouwel en twee met de naam Jacob Dit kwam in het verleden vaker voor dat na het overlijden van een kind een later geboren kind alsnog de zelfde naam krijgt. Ze hebben met de kinderen dus niet veel geluk gehad. Zoon Aart is als soldaat op 21 jarige leeftijd overleden in Haarlem.
Paul Schut heeft met betrekking tot de papierfabricage betere zaken gedaan dan zijn oom. In zijn molen, uitgerust met 26 hamers, werkten 5 knechts en een meid. Er werden betere soorten schrijfpapier gemaakt, 800 a 900 riem per jaar volgens de opgave van 1812. Paul Schut is in 1814 overleden, zijn weduwe in September1830.

1830

De oudste zoon Marten Schut zette het bedrijf voort. In april 1835 kocht Marten van zijn vier broers hun aandeel in de molen voor 2800 gulden en trouwde daarna in 1837 met Jacoba van Ommeren. Zij overleed in 1859; kort daarna nam zoon Gerrit Schut het bedrijf over van zijn vader, die op 4 augustus 1871 overleed (4)
Gerrit had slechts een broer, pouwel, geboren in 1838. Hun erfenis bestond uit de opstal van de molen (300gld), gereedschappen (233 gld.), grondstoffen (1684 gld.), landbouwgereedschap (275 gld.), meubilair (424gld.) effecten (5950 gld.) en contanten (735 gld.), samen 13.367 gld.
Gerrit Schut, die de molenopstal bij zijn deel van de erfenis kreeg, is in maart 1839 geboren en trouwde in maart 1873 met Maria Wilhelmina Hulshuizen, de 26 jarige dochter van de naburige korenmolenaar Hendrik Hulshuizen. De eerste zoon, Marten, werd twee maanden later geboren en werd opgevolgd door twee broers en twee zusters. In 1894 werd de molen gemechaniseerd; er kwam een 49 pk stoommachine

Het vervolg van de firma G.Schut & Zonen kunt u ‘HIER‘ lezen

Bron:
Genealogie site van Jeroen en Gerdien Nikkels; Bekijk de site

Op kracht van stromend water; H.Hagen 1998.

H. Voorn Papiermolens in Gelderland, Overijssel en Limburg. 1985.
1). R.A.G.,R.A. Doorwerth 6a
2). Ib, 7
3). Ib.ib.
4). Ib.,N.A. Wageningen, akte 60; Visser, Blz 138.
5). Kadaster, reg. van overschrijvingen 577, akte 23 d.d. maart 1873